Wetgeving camerabewaking

Wetgeving bij plaatsen van camera's.

De camerawet voorziet drie types van plaatsen en voor elke type plaats gelden andere of strengere voorschriften voor de plaatsing en het gebruik ervan.

1.1. de niet-besloten plaats: elke plaats die niet door een omsluiting is afgebakend en vrij toegankelijk is voor het publiek. Voorbeelden: de openbare weg, een marktplaats, een gemeenteplein, park, .... Alvorens een bewakingscamera mag worden geplaatst conform de privacywet moet een positief advies van de betrokken gemeenteraad en korpschef worden verkregen. Het advies van de korpschef bevat daarbij een veiligheids- en doelmatigheidsonderzoek. Indien deze twee adviezen positief zijn dient bovendien melding te worden gedaan bij de privacycommissie.

1.2. de besloten plaats voor het publiek toegankelijk: elk besloten gebouw of elke besloten plaats die uitsluitend bestemd is voor het gebruik door het publiek.
Voorbeelden: een handelszaak, shoppingcentrum, grootwarenhuis, een loketzaal van een bank, musea, een sportzaal, een restaurant, cafés, een kabinet van een dokter,... De camera-aangifte gebeurt via het e-loket van de Commissie ten laatste de dag voor ingebruikname ervan. Deze aangifte geldt als meldingsplicht aan de korpschef van de politie. Het formulier bevestigt dat het gebruik van de bewakingscamera in overeenstemming met de privacywet gebeurt.

1.3. de besloten plaats niet voor het publiek toegankelijk: elk besloten gebouw of elke besloten plaats die uitsluitend bestemd is voor het gebruik door de gewoonlijke gebruikers.
Voorbeelden: de familiewoning, een appartementsgebouw (ook de gemeenschappelijke toegangshal), een kantoorgebouw (waar geen diensten aan publiek worden aangeboden), fabrieken, ... De aangifteplicht is dezelfde als voor de besloten plaats die voor het publiek toegankelijk is behoudens de bewakingscamera's die worden ingezet op plaatsen die door een natuurlijke persoon worden aangewend voor persoonlijk of huiselijk gebruik (i.e.: de eigen woning); in dit laatste geval is geen melding verplicht.
Wanneer er twijfel bestaat over de soort plaats of als er verschillende plaatsen door éénzelfde camerasysteem worden gecontroleerd, zal het strengste (meest beschermende) regime van toepassing zijn. Zo zal bijvoorbeeld het regime van de voor het publiek toegankelijke besloten plaats moeten gehanteerd worden indien één camerasysteem zowel het front office (de ruimte waar de klant staat) als de back office (de ruimte waar de bankbediende werkt) van een bank controleert.

Telkens dient een pictogram te worden aangebracht (K.B. 10 februari 2008). De afmetingen en het type materiaal waaruit dit pictogram bestaat is verschillend per soort plaats waarvoor het pictogram de camerabewaking aankondigt. Bovendien zullen er onder dit pictogram steeds 3 vermeldingen worden opgenomen; te weten: de wettelijke basis en de naam en het adres van de verantwoordelijke van de verwerking.
De algemene regelgeving van de privacywet blijft onverminderd van toepassing en de camerabewaking op de arbeidsplaats wordt via specifieke CAO geregeld.

Meldingsplicht: U dient zich dan ook in regel te stellen door deze installatie te melden bij de privacycommissie (www.privacycommission.be). Deze commissie zal de korpschef op de hoogte brengen van zodra deze verplichte aangifte gerealiseerd werd.

OPGELET: algemeen is het dus zo dat er een MELDINGSPLICHT is (geen vergunningsaanvraag), enkel bij niet besloten plaatsen dient men dient men een aanvraag aan de gemeenteraad en de plaatselijke korpschef  te doen.

De aangifte bij de privacycommisie  kost eenmalig ongeveer 25€.